Kun je aan niets denken?

 

Niettegenstaande het feit dat alle ramen open en alle zonneschermen dicht waren, was het loei en loei heet in de klas. Nadat we ons in de ochtend door de eerste toets van de nieuwe rekenmethode hadden geworsteld ( Het is nieuw en daar moet je aan wennen jongens en meisjes, beste kinderen. Net zoals minister Wiersma, die is ook nog aan het wennen aan zijn nieuwe werkveld) en de eerste buik-hoofd en andere pijntjes zich al hadden geopenbaard, leek het mij in de middag tijd voor een aangepast programma. Geïnspireerd door de geweldige docu Young Plato (HIER nog even te zien, wees er snel bij), stelde ik de groep de vraag of je aan niets kon denken. Daartoe zette ik een meditatief joetjoep filmpje met meditatiemuziek op en gingen alle hoofden op de tafels. Twee minuten was lang genoeg om sommige kinderen in een soort van voorslaap te doen belanden. Het bleef loei en loei heet en het was ook nog eens smerig klam in de klas. Daar viel niets aan te doen verder. Om een lange blog kort te houden, je moet kinderen opvoeden in het nadenken over dit soort vragen. Die kun je wel 1,2,3 stellen, de antwoorden zijn dan niet van het niveau waar ze in Belfast aan toe wisten te komen (Young Plato speelt zich af in Belfast). Daar valt niets aan te doen verder. De groep weerde zich kranig en kwam met mooie antwoorden dat zeker. Ik dacht aan mijn poes, ik dacht aan leuke dingen. Op de vraag of leuke dingen niets zijn kwam geen antwoord. Wel een mooi ongevraagd antwoord van X, die voor mij zit en al eerder een kat uit steen wist te toveren. “Jij bent echt raar!”. Ik realiseerde me wat ik al eerder schreef; dit soort vragen vraagt om een bepaalde uitgedachte benadering. Dat doe je niet zo maar even. Doe je dat wel dan word je op de eerste rij voor raar versleten en terecht. Al snel na het rondje vragen besloot ik om verder te gaan met de tekening voor meester Y die na volgende week terugkomt van zijn verlof. Sommige kinderen waren daar al wel klaar mee. Meester Y verscheen in getekende vorm zonder oren, zonder neus, armen. Met en zonder baard. Zo ook X, die meester Y had getekend zonder neus. Ik bekeek haar tekening en daarna de artiest zelf. “Meester Y heeft geen neus. Dat is pas raar”.

X zei niets, helemaal niets. Maar ze dacht er vast wel wat van. Vlugge leerling.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie