Een magisch begin

Bij aankomst op het plein word ik opgewacht door drie ietwat verveeld kijkende prinsessen. Dat kan te maken hebben met het feit dat de mussen bijna dood van het dak vallen. Of met het feit dat je ook in de opvang (net als in het onderwijs) buiten carnaval om en boven de rivieren, verkleed naar je werk ‘moet’. Of in ieder geval de verplichting voelt om niet als enige het Disney themafeest te verpesten, door in je dagelijkse kloffie te verschijnen. Wat de rest van werkend Nederland op dit moment wel doet. In de snikhete school, word ik opgewacht door een tovenaar die vorig jaar in een groep zat waar ik een paar keer inviel. Ondanks zijn zelfgemaakte masker herken ik hem aan zijn schoenen. “Zo, ben jij dé tovenaar?” In een poging contact te maken. “Jazeker”, is zijn antwoord. “Kun je voor mij dan een bos krullen toveren?” Simsalabim kijkt mij aan, schudt zijn hoofd, zijn masker zakt scheef. “Nee, maar wel een baard!” Nu moet u weten, als u dat nog niet weet, dat ik én kaalhoofdig én baarddragend ben. Simsalabim verdwijnt net zo snel als hij gekomen is en ik tover een grote glimlach op mijn gezicht.

Dit is waarom ik weer voor de klas wil gaan staan. Als schreeuwende reserve, niet als stille reserve. Er is namelijk een schreeuwend tekort aan leraren in het algemeen en mannen voor de klas in het bijzonder. En Po-in actie heeft mij geleerd dat je het beste kunt schreeuwen (figuurlijk dan in hun geval) om zaken in beweging te krijgen. Na jarenlang zelf geadresseerd te hebben, vond ik het tijd worden om te gaan acteren. Zoals Jan Schaefer ooit zei: “In gelul kun je niet wonen”. Met alleen maar roepen (twitteren in dit geval) dat de loonkloof gedicht is, er meer poen is bijgekomen, de aanpak rekenen en taal gestart is, kom je er niet.  …en enthousiaste leerlingen die niet konden wachten om weer te beginnen, dat is niet meer dan logisch.

Zoals straatarts Michelle van Tongerloo in de Volkskrant zei (vrij vertaald): “Hoepel op met je deskundigen. Ga helpen met de afwas!”.

Het komende  schooljaar ga ik invallen. Zodat er in ieder geval op die dagen dat ik kan, wil en mag, geen kinderen naar huis worden gestuurd. De schoolleider kan slapen. Ouders hun werk niet hoeven te bellen dat ze hun kind meenemen. Er iemand voor de klas staat die een goede reken-taal-lees-knutsel-geschiedenisles kan geven. Ik blog daar dagelijks over en schort mijn oordeel eens een keer op. Maar ga zeker en vast van alles vinden, meemaken en dus delen.

Als ik, ik kon uiteraard eerst de computer niet in omdat ik niet goed las hoe de bovenschools ICT-er in haar mail had uitgelegd hoe dit te doen…., in en aan alle systemen hang (ik schort mijn oordeel op, op mijn handen zitten, mond dicht), alle namen van de kinderen ook op hun tafel zichtbaar heb gemaakt (dat zoekt vast sneller en handiger op zo’n eerste en spannende schooldag), 48 kilo handleidingen en klassenmappen in mijn rugzak heb gepropt (old school, ik weet het, maar lezen is weten), mijn in de zon op de vensterbank uitgedroogde broodje in de prullenbak gooi, loop ik de trap af naar beneden. De collega’s van deze fijne en goede school zijn al zichtbaar en onzichtbaar aanwezig geweest. Alles is klaar voor de startvergadering van morgen. Ik ook. Simsalabim niet. Die zit hijgend en puffend op het schoolplein naast een uitgebluste heks.

“Dag meester T…, tot maandag”, zegt hij. De heks kijkt hem vol ongeloof aan. “Dat is meester Edwin! Dat is meester T… niet”.

Ik word er vrolijk van. Meester T….is ook kaalhoofdig moet u weten. Of hij as maandag een baard krijgt aangetoverd krijgt weet ik niet.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie