Is ons onderwijs eigenlijk wel gefeminiseerd?

Inleiding

 Iedereen wil het: meer meesters in het onderwijs, mannen voor de klas. En niemand lukt het. Niemand? Nou, bijna niemand dan. Een steeds groter worden de groep meesters heeft zich namelijk verenigd in de stichting Meestert! In Rotterdam, Amsterdam, Arnhem, Heerenveen, de Haarlemmermeer, de Achterhoek, de Noordoostpolder én de Kop van Noord-Holland zijn communities van meesters actief die werk maken van het meer mannen ons onderwijs in krijgen én houden. De bedoeling van Meestert!

Naast bijeenkomsten, regionale samenwerking met opleidingen en VO scholen, bestuurlijke verbindingen, acties gericht op het versterken van het imago en landelijke campagnes, wil Meestert! ook gaan informeren en duiden. Er is namelijk naast veel informatie met betrekking tot het onderwerp mannen voor de klas, ook nog veel onduidelijk. En worden er waarheden verkondigd waarvan Meestert! zich afvraagt: is dat wel zo?

In een reeks artikelen nemen we u graag mee op onze zoektocht vanuit nieuwsgierigheid, op weg naar nieuwe waarheden. Een nieuwe dialoog over het tekort aan mannen voor de klas en hoe dit aan te pakken. Met daarbij de vraag vooral kritisch mee te lezen en te reageren.

In de reeks artikelen willen we in onze eerste zoektocht stilstaan bij de waarheid: Het Nederlandse onderwijs is gefeminiseerd.

Daar gaat iedereen gemakshalve vanuit. Maar wanneer spreek je eigenlijk van een gefeminiseerde beroepsgroep? Is dat meetbaar te maken? Ook willen we kijken of het in andere Europese landen ook zo is. Want een scheve verhouding tussen mannen en vrouwen, wat kan deze constatering bijdragen aan het oplossen van het tekort?

  1. Het Nederlandse onderwijs is gefeminiseerd.

Meestert! richt zich in eerste instantie op het primaire onderwijs, de basisschool. Waar les wordt gegeven aan kinderen tussen de (gemiddeld) 4 en 12 jaar.

Om antwoord te kunnen geven op de vraag of bovenstaande bewering wel klopt, is het van belang te weten waar we het over hebben.

  1. Wat is feminisering?
  2. Wanneer is er sprake van een feminisering?

Definitie feminisering

Feminisering is de aanduiding voor het toenemen van de invloed van het vrouwelijke in de samenleving, binnen een beroepsgroep.

Het kan specifiek slaan op toename van het aantal vrouwen in bepaalde sectoren van de samenleving maar ook op een toename van vrouwelijke waarden, vrouwelijke rolpatronen of feministische politieke waarden(bron: Wikipedia).

De toename van het vrouwelijke wordt redelijk duidelijk omschreven als het gaat om feminisering.

Er wordt gesproken over de feminisering van een beroepsgroep:

 Als deze voor meer dan vijftig procent uit vrouwen bestaat, geen afspiegeling is van de populatie waarmee gewerkt wordt en het aantal vrouwen dat daarin werkt snel toeneemt.

Helder, toch? Jazeker en dus duikt Meestert! de cijfers in. Die zijn er namelijk genoeg te vinden.

  1. Het lerarenkorps binnen het primair onderwijs bestaat voor meer dan vijftig procent uit vrouwen.

Uit de cijfers van de arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2018 van het Arbeidsmarktplatform PO blijkt duidelijk dat deze bewering klopt.

Sterker nog, ook in de kamers van de schoolleiding zitten meer vrouwen dan mannen. Langere tijd was dit niet het geval en waren er aanzienlijk meer mannen dan vrouwen schoolleider. Alle cijfers zijn weergegeven in fte’s (formatie tel eenheden).

Bewering nummer 1 op basis waarvan je kunt stellen dat het primair onderwijs is gefeminiseerd klopt.

  1. De beroepsgroep die werkzaam is binnen het primair onderwijsis geen afspiegeling van de populatie waarmee gewerkt wordt.

 Ook dit klopt. Uit cijfers van Duo blijkt dat er in 2017 een kleine 800.00 jongens de schoolbanken van het PO bevolken, tegen een ruime 700.00 meisjes. De man-vrouwverhouding voor de klas en in de directiekamers is dus geen afspiegeling van de populatie waarmee gewerkt wordt. En dan hebben we het alleen over de man (jongen)-vrouw (meisje) verhouding. Laat staan als we gaan kijken naar achtergronden, etniciteit etc. Daar blijkt waarschijnlijk ook uit dat wie er voor de schoolbanken staat niet (altijd) een afspiegeling is van de populatie die er in diezelfde schoolbanken zit.

Bewering twee klopt dus ook.  Blijft er nog eentje over.

  1. Het aantal vrouwen dat in het PO werkt neem snel toe.

 Wat is snel als het gaat over de groei van het aantal vrouwen dat in het onderwijs werkt?

In 2011 was 81,6 procent van alle leerkrachten voor de klas in het basisonderwijs een juf. In 2017 was het aantal vrouwelijke leerkrachten gestegen naar 84,4 procent. In zes jaar tijd zijn er dus 2,8 procent meer juffen bij gekomen. Maar is dit snel? Het aantal vrouwelijke schoolleiders steeg van 41,9 procent in 2011 naar 52,6 procent in 2017. Dus 10,7 procent meer vrouwelijke schoolleiders in zes jaar. Maar of dat dan snel is? Naast de stijging van het aantal vrouwen in het onderwijs, staat de daling van het aantal meesters. Stond er in 1995 nog 37,9 procent man voor de klas, in 2017 is dat percentage gedaald naar 19 procent. Dat is 18,9 procent in 22 jaar. Is dat dan snel?

Wat is dus snel als het gaat over de groei van het aantal vrouwen dat in het onderwijs werkt?

Kortom; het begrip snel valt eigenlijk niet te definiëren als het gaat over de onderbouwing van de stelling dat het primair onderwijs gefeminiseerd is. Het aantal vrouwen in het primair onderwijs blijft toenemen, het aantal mannen blijft afnemen. Bewering drie blijft hangen op het begrip snel.

En toch durft Meestert! het aan om te kunnen stellen dat het primair onderwijs in Nederland gefeminiseerd is.

Nu we dit met een gerust hart kunnen stellen, is het interessant om even een kijkje over de grens te nemen. Is er binnen de EU sprake van feminisering van het onderwijs?

Uit deze tabellen/cijfers blijkt dat er alleen maar EU landen zijn waarbij meer dan vijftig procent van de leerkrachten vrouw is. Onvoldoende om te beweren dat er dus overal in de EU sprake is van een gefeminiseerde beroepsgroep. Hiervoor zou je immers ook moeten weten of er sprake is van een snelle toename van het aantal vrouwen en of de groep voor de klas een afspiegeling is van de groep in de klas. Maar met enige aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid durven wij van Meestert! te beweren dat de kans dat wij niet alleen in Nederland te maken hebben met een gefeminiseerde beroepsgroep als het over onderwijs gaat, vrij groot is.

Nou, dat is dus duidelijk. Niet alleen Nederland heeft te maken met een gefeminiseerde beroepsgroep, de rest van EU-landen heeft hier ook mee te maken.

 Slotconclusies

Ja, er is binnen het Nederlandse (primaire) onderwijs sprake van feminisering. Binnen alle EU landen is er sprake van het feit dat er meer vrouwen voor de klas staan dan mannen. En feminisering van het onderwijs is eigenlijk al sinds begin 1900 een feit. Al is er pas sinds kort sprake van dat er meer vrouwen dan mannen directeur van een basisschool zijn.

Nu we zeker weten dat het onderwijs gefeminiseerd is kunnen we door naar de volgende ronde. Want hoe erg is dat dan?

Binnen de dierenartsassistentenwereld én secretaressewereld is er ook sprake van feminisering. Maar daar hoor je niemand over. Waarom is het erg dat er meer juffen dan meesters zijn? Ons volgende artikel gaat over de (vermeende?) negatieve gevolgen van de feminisering.

Met betrekking tot deze conclusies krijgen we graag feedback, verhelderende informatie, kritische vragen of anderszins blijken van nieuwsgierigheid.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie