En door!

Feminisering basisonderwijs zet door, maar remt af (bron: amp arbeidsmarktanalyse PO 2021)

Het po is een sterk gefeminiseerde sector. Ook de afgelopen jaren is het aandeel vrouwen gestegen:

in 2016 kwam het aandeel vrouwen (in fte) uit op ruim 80 %, terwijl dit aandeel in 2020 is gestegen naar bijna 82 %. Wel zien we tussen 2019 en 2020 slechts een minimale stijging van het aandeel vrouwen (0,1 procent). Kijken we naar de werkgelegenheid in personen, dan valt op dat het aandeel vrouwen nog hoger is, omdat zij, vaker dan hun mannelijke collega’s, in deeltijd werken. In 2020 werd bijna 85 % van de werkgelegenheid (in personen) in de sector vervuld door een vrouw.

Als we meer in detail kijken naar de ontwikkeling van de werkgelegenheid (in fte) tussen 2016 en 2020, dan zien we dat het aantal fte vervuld door vrouwen stijgt, terwijl het aantal fte vervuld door mannen daalt. In 2020 wordt zo’n 105.260 fte vervuld door vrouwen, een toename van zo’n 9 % ten opzichte van 2016, terwijl ruim 23.350 fte wordt vervuld door mannen, een afname van ruim 2 % ten opzichte van 2016. Wel zien we een afvlakking in deze trend: tussen 2019 en 2020 kwam de toename voor vrouwen uit op 0,8 %, terwijl de afname voor mannen uitkomt op 0,2 %.

Meer vrouwelijke directieleden

Het stijgende aandeel vrouwen zien we in alle functies terug De sterkste stijging zien we onder het directiepersoneel: kwam het aandeel vrouwelijke directieleden in 2016 nog uit op ruim 50 procent, in 2020 is dit aandeel gestegen tot 60 procent. Ondanks een dalende werkgelegenheid voor directiepersoneel, steeg het aantal fte vervuld door vrouwen van ruim 4.380 fte in 2016 tot ruim 4.760 fte in 2020. Het aantal fte vervuld door mannen daalde in deze periode van ruim 4.300 fte naar ruim 3.170 fte. Ondanks de toename van vrouwelijke directieleden, is het aandeel vrouwen in deze functie nog altijd een stuk lager dan bij leraren en onderwijsondersteunend personeel.

Het grootste aandeel vrouwen zien we in de groep leraren. In 2020 was zo’n 78.470 fte van de leraren vrouw, ten opzichte van 76.890 fte in 2016. Het aantal fte vervuld door mannelijke leraren daalde in deze periode juist van ruim 14.840 fte naar circa 14.200 fte. Dit betekent dat het aandeel vrouwelijke leraren in deze periode licht is gestegen van zo’n 84 procent in 2016 naar zo’n 85 procent in 2020. Wel is de man-vrouwverhouding tussen 2019 en 2020 redelijk gelijk gebleven. Ook bij het onderwijsondersteunend personeel is in 2020 een ruime meerderheid vrouw: bijna 79 procent (in fte) ten opzichte van circa 77 procent in 2016. In absolute aantallen zien we hier wel een ander beeld dan bij het directiepersoneel en leraren: zowel het aantal mannen als vrouwen is de afgelopen periode fors gestegen. Zo steeg het aantal fte aan mannelijke onderwijsondersteuners van ruim 4.700 in 2016 tot circa 5.860 fte in 2020. Onder vrouwelijke onderwijsondersteuners zien we in dezelfde periode een stijging van ruim 15.580 fte naar 21.735 fte.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie